Ike van Cleeff - 1952, Den Haag - woont en werkt in Amsterdam.
tel 020 6260587
e-mail ikevancleeff@kpnmail.nl

Opleiding :
Academie voor Schone Kunsten, Antwerpen, 1978-1983.
Afgestudeerd:
- afdeling Beeldhouwen, bij Wilfried Pas; met grote onderscheiding.
- 4e jaar avond-academie, afdeling Tekenen.

Over Ike van Cleeff.

Publicaties en Recensies.
Mister Motley Atelierbezoek: Ike van Cleeff, door Alex de Vries.

Curriculum Vitae.
De eerste stap naar het beeldhouwen heeft zij gezet bij een cursus van Felicia van Deth, van het bekende poppentheater Guido van Deth, in Den Haag. Haar moeder , die bevriend was met Guido, nam haar regelmatig mee naar dit theater, en ze is altijd gefascineerd geweest dat iets van hout en stof een levende persoonlijkheid kon worden. Beeldhouwen gaat een stap verder: er is nu niemand die het beeld een stem kan geven, of het kan laten bewegen, dat moet het helemaal zelf doen. Na een kort verblijf op de universiteit is zij zelf een poppentheater begonnen. Via haar vriend Bas Dekker kwam zij regelmatig op de toneelschool in Arnhem. Daar gaf Carol Linssen haar de mogelijkheid om mee te doen aan het project The Hollow Crown, waar ze de geest van Richard III gemaakt heeft. Een lap en een stok, meer was het niet, maar hoog vanuit de coulissen bestuurd, kon hij zijn rol spelen. Samen met Bas heeft zij diverse voorstellingen gemaakt . Ook heeft zij meegewerkt aan theatervoorstellingen met tekeningen (Wind Pause Wind), maskers en decor (Achterberg, Poëzie Hardop).

Ze is naar Krakow gegaan om het theater van Thadeusz Kantor te zien (The Dead Class), wat grote indruk op haar gemaakt heeft. Toch kwam zij tot de conclusie dat ze het reizen met theaters niet leuk vond, maar het maken van objecten wel. Toen de poppen uit de kast begonnen te groeien, en veranderden in onspeelbare objecten, heeft ze besloten een opleiding te gaan volgen in de beeldende kunst.

Opleiding.
Het advies van Gijs Voskuil, destijds docent aan de kunstacademie in Rotterdam, was om niet te gaan schilderen, maar te gaan beeldhouwen, en dat de beste opleiding daarvoor die in Antwerpen was. Opeens was daar een jeugddroom terug: haar ideaal was altijd de beeldhouwer die op een laddertje aan een groot beeld werkt. Alleen dacht zij dat je daarvoor uit een kunstenaarsfamilie moest komen, en dat kwam ze niet. Het advies opvolgend, besloot zij eens in Antwerpen te gaan kijken. Daar bleek ze tijdens het laatste half uur van de inschrijving voor het toelatingsexamen gearriveerd te zijn, en na een snelle wandeling door de academie heeft ze zich opgegeven voor het examen. Het resultaat was dat ze daar 5 jaar gestudeerd heeft en er bijna 7 jaar heeft gewoond. Het vroege werk van haar leraar Wilfried Pas heeft ze altijd bewonderd. Van hem heeft ze het plezier in boetseren,en de mogelijkheden daarvan geleerd. Het maken en afgieten van de levensgrote figuurstudies zijn de basis geweest voor haar latere werk. In 1982 is zij afgestudeerd “met grote onderscheiding”, en met de Romboutsprijs. Een mooi compliment kreeg zij van de Antwerpse schilder Fred Bervoets, bij haar afstuderen, over haar schilderachtige manier van beeldhouwen.

Na 7 jaar Antwerpen is ze teruggegaan naar Nederland, waar zij sindsdien in Amsterdam gewoond en gewerkt heeft, en waar ze 2 kinderen gekregen heeft. Een reis naar de Hebriden liet haar de gestroomlijnde vormen zien van de enorme stenen die daar in het landschap verstrooid lagen. Deze vormen zijn terug te vinden in haar werk van die tijd, vooral in de stenen beelden. Één van de beeldhouwers die zij bewonderde was Marino Marini, met name de ruiterbeelden. Hier gebeurde iets! Veel van haar eerste beelden zijn dan ook in beweging: Ze dragen iets, ze wandelen in de schemering (SCHEMERING), ze roeren in het eten te midden van de resten van een door een aardbeving verwoest dorp (AARDBEVING), of houden een vijand vanuit de bergen in de gaten (BERGWACHTER).

Praktijk.
Het ontstaan van de beelden is niet altijd hetzelfde. Soms duiken ze opeens op in één van de grote houtskooltekeningen die zij op de vloer van haar atelier maakt. Soms zijn ze gerelateerd aan gebeurtenissen, en soms ontstaan ze uit een lange zoektocht. En heel soms zijn ze er opeens. Een duidelijk recept is er niet. Zodra je denkt dat je een recept hebt, werkt het niet meer. Het blijft een weg banen in het oerwoud. Veel zweten, veel enge beesten. Een klein zaklantaarntje, en af en toe kom je uit op een mooie plek. Zij vindt deze tochten leuk. Op het moment dat ze haar atelier binnen komt, vallen alle zorgen van haar af.

Na 2008 lijken de beelden de aarde te verlaten : ze bevinden zich in de ruimte, wentelen rond, of begeven zich, geblakerd door de dampkring, naar de aarde om poolshoogte te nemen. Een lange vliegreis over de Rocky Mountains heeft hiertoe bijgedragen, de patronen op het aardoppervlak zetten zich om in nieuw werk (VLIEG en ZIGZAG). Het einde van deze reis, de reusachtige Redwoods, in het noorden van Californië, leverde een nieuw werk op wat ging over een geheimzinnig geluid in de bomen, REDWOODSOUND. Ook een droom over een object met wisselende dimensies was aanleiding om op een nieuwe manier te werken, vanuit een andere invalshoek (WIRWAR) . De gestroomlijnde vormen maken plaats voor een intuïtieve, lineaire aanpak. Maar nog steeds zijn het wezens, een “iemand” en geen “iets “.

In 2012/2013 is een serie beelden ontstaan op de grens van het” iemand” en “iets”. De eerste was ”LICHTSEINGEVER”. Het leek het meest op een levende vuurtoren. Een beeld zonder paspoort.

In 2014 is het werk WEB ontstaan. Een beeld met antennes waarmee het contact onderhouden kan worden met het land van herkomst. Het beeld heeft een plek gevonden in de expositie con-TIN-yoo-um, in de expositieruimte van de centrale bibliotheek in Amsterdam , die Ike van Cleeff in 2015 als curator maakte. Met als uitgangspunt het heelal. Gedachten over tijd, ruimte en materie.

In 2015 ontstond het beeld NEST, en een serie fresco’s die in 2016 bij Galerie Vrijdag in Antwerpen geëxposeerd zullen worden .

Amsterdam, 2015.